| QUOTE |
| In een tamelijk ver verleden leerden de mensen spreken en wel zo dat ze mantrische offerspreuken leerden. Een in zich afgesloten klankvorm heeft men in ABRACADABRA. A is de oerklank, die ook het kind als eerste leert. A is de ganse mens. Er is niets in het menselijk organisme dat niet trilt bij de A. Men kan het tot in het topje van de kleine teen voelen; het is het eerste totaalgevoel dat het kind heeft. Daardoor was A de klank bij diegenen die iets van de ganse mens verstonden. B drukt de omhulling van de mens uit, het huis waarin hij woont. Met zijn huis kan de slak lopen, maar niet de mens. Lopen zit nog niet in de A. A is de ganse mens AB de mens met zijn huis ABR de mens loopt met zijn huis ABRA de mens loopt met zijn huis en komt er uit ABRAC de mens heeft met zijn huis gelopen, komt eruit en stelt zich krachtig op als mens ABRACA Hij stelt zich krachtig daar en voelt zich als mens ABRACAD hij bemerkt een ander mens ABRACADA hij wijst naar hem ABRACADAB de andere mens heeft ook zijn huis ABRACADABR de andere mens loopt ook en heeft zijn huis ABRACADABRA dat is een mens zoals ik |